Om de gebeurtenissen rond “The Alamo” te begrijpen gaan we enkele eeuwen terug in de geschiedenis.
Met de verovering van de zuid-Spaanse stad Granada op 2 januari 1492 door het katholieke koningspaar, Fernando II van Aragón en Isabella I van Castilië, viel de laatste vesting van de moslims in Spanje en kwam er een einde aan de Reconquista.
Fernando II en Isabella I hernieuwden nu hun belangstelling in het plan van Christoffel Columbus om India te bereiken door over de Atlantische Oceaan naar het westen te varen.
Op 3 augustus 1492 vertrok Columbus voor zijn eerste reis. Op 12 oktober 1492 bereikte hij de overkant van de Atlantische Oceaan.
Tijdens zijn vier reizen die hij tussen 1492 en 1504 naar de nieuwe wereld maakte, verkende hij vooral de Caraïben.
Na de dood van Columbus stuurde Spanje al snel expedities uit om de “Nieuwe Wereld” te ‘evangeliseren’, de zgn. Conquistadores. Aanvankelijk mishandelden velen onder hen de inheemse bevolking op gruwelijke wijze. De indianen werden gedood, misbruikt en tot slavernij gebracht en hun steden werden vernietigd.
De bekendste onder hen is de beruchte Hernán Cortés (1485 –1547) die tussen 1519 en 1521 het grondgebied dat overeenkomt met het huidige Mexico veroverde en daarbij de Azteekse beschaving vernietigde.
In 1530 werd het Nieuw-Spanje opgericht, een vicekoninkrijk van Spanje. De hoofdstad van het vicekoninkrijk was gevestigd in Mexico-Stad. Nieuw-Spanje werd bestuurd door een onderkoning die door de koning van Spanje werd aangewezen.
Nieuw-Spanje strekte zich uit van het hedendaagse Costa Rica tot ver in wat tegenwoordig de Verenigde Staten is (bijna alle gebied ten westen van de Mississippi River), inclusief Florida.
Nieuw Spanje

Deze situatie bleef tot het begin van de 19e eeuw quasi onveranderd.

DE SPAANSE ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG
Aan het begin van de 19e eeuw raakte Spanje betrokken bij de Napoleontische oorlogen.
Tegen het jaar 1807 had Napoleon Groot-Brittannië verzwakt door middel van het door hem uitgeroepen Continentaal Stelsel, een economische boycot op producten uit Groot-Brittannië. Portugal, dat na een kort militair conflict met het door Frankrijk gesteunde Spanje in 1801, een bondgenoot was geworden van Groot-Brittannië, weigerde toe te treden tot dit Stelsel. 

De Spaanse premier Manuel de Godoy tijdens de Sinaasappeloorlog tussen Spanje en Portugal in 1801

Daarop tekenden Napoleon en Manuel de Godoy (1767–1851), de eerste minister van Spanje onder koning Carlos IV (1748-1819) die in 1801 al aan het bevel had gestaan van de Spaanse troepen die Portugal waren binnen gevallen, op 27 oktober 1807 het Verdrag van Fontainebleau. Hierin werd vastgelegd dat Napoleon Portugal mocht aanvallen. Na de aanval zou Portugal in drie koninkrijken opgedeeld worden, waarbij Godoy de troon van het zuidelijke Koninkrijk van de Algarve zou krijgen. De Portugese kolonies zouden door Frankrijk en Spanje onder elkaar worden verdeeld.
Op 9 februari 1808 staken de Franse troepen onder leiding van generaal Jean-Andoche Junot (1771 -1813) -die de bijnaam la Tempête (“de storm”) had wegens zijn wilde, onvoorspelbare karakter- de grens met Spanje over met het excuus Portugal te willen bezetten. Junot miste echter elke vorm van militaire bekwaamheid en was in allerlei schandalen verwikkeld. Het leger dat hij meekreeg bestond uit onervaren soldaten, die nog nooit een slag hadden uitgevochten.
Spanje steunde de invasie, maar Napoleon bleek al snel heel andere plannen te hebben. Het Verdrag van Fontainebleau bleek waardeloos en de Franse troepen bezetten ook Spanje.
Het Spaanse hof hoopte naar de Spaanse kolonie Nieuw-Spanje te kunnen ontsnappen en vluchtte van het paleis in Madrid naar het Koninklijk Paleis van Aranjuez, ongeveer 50 kilometer ten zuiden van de hoofdstad, dat nog werd gebouwd tijdens de regeerperiode van Filips II (1527 – 1598) en ooit de zomerresidentie van de Spaanse koningen was.

Het Koninklijk Paleis van Aranjuez

Naar dit glorierijk verleden wordt trouwens verwezen in het “Concierto de Aranjuez” (1939) van de Spaanse componist Joaquín Rodrigo.

Vanuit het kamp van kroonprins Fernando (1784–1833), de oudste nog levende zoon van koning Carlos IV, werd het gerucht verspreid dat eerste minister Manuel de Godoy in het geheim Spanje had uitgeleverd aan Frankrijk.

Ferdinand VII van Spanje

Op 18 maart werd Godoys residentie in Aranjuez bestormd door een woedende massa.
Godoy was op dat moment afwezig, maar koning Carlos IV liet hem arresteren en gevangenzetten in het kasteel van Villaviciosa de Odón.
Om de volksopstand te beëindigen en Godoys leven te redden, trad Carlos IV twee dagen later af ten gunste van zijn zoon Fernando VII.
Fernando VII werd enthousiast door het volk onthaald maar al enkele dagen later herriep Carlos IV na interventie door Joachim Murat (1767-1815), de zwager van Napoleon Bonaparte, zijn abdicatie weer.
Op 21 maart werd Aranjuez door de Fransen bezet.
Napoleon, die Fernando’s koningschap afkeurde, nodigde Carlos IV en Fernando VII uit naar Bayonne en wist hen er na lang onderhandelingen toe te bewegen afstand te doen van de troon ten gunste van Joseph Bonaparte.

Jozef Bonaparte

Het Spaanse volk pikte deze overheersing niet en op 2 mei 1808 kwam het, gesteund door de actie van de burgemeester van Móstoles, Andrés Torrejón (1736-1812), die een officieel bevel uitvaardigde om de Fernando VII te helpen, in opstand in de straten van Madrid.

Andrés Torrejón

Deze opstand werd door de inmiddels talrijke Franse soldaten hard neergeslagen en de Spaanse legeraanvoerder Pedro Velarde Santillán kwam bij de hevige gevechten om het leven. Zowel van de opstand op 2 mei als van de massa-executie door de Fransen op 3 mei heeft Francisco Goya (1746-1828) een beroemd schilderij gemaakt.

“El dos de mayo de 1808 en Madrid” (“De tweede mei 1808 in Madrid”) of “La carga de los mamelucos en la Puerta del Sol” (“De charge van de Mameluken”) door Francisco de Goya

 

“El tres de mayo de 1808 en Madrid” (“De derde mei 1808 in Madrid”) door Francisco de Goya

Op 19 juli 1808 worden in Bailén in de Andalusische provincie Jaén 23.000 Franse soldaten onder generaal Dupont in de val gelokt door 30.000 Spanjaarden onder leiding van Castaños. De Fransen gaven zich over.
Een aanzienlijk deel van de gevechten tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog werd gevoerd in de nauwe straten van steden. Dit bemoeilijkte de strijd van Napoleon die voorheen gewend was met grote overmacht hele steden gemakkelijk in te nemen. De nieuwe manier van oorlogvoeren die Napoleons troepen in Spanje tegenkwamen, oorlogjes (guerrilla’s) in de grote oorlog, hebben uiteindelijk bijgedragen aan de grote verliezen die Napoleon leed. Het woord guerrilla is zo in het Nederlands ingeburgerd geraakt en wordt gebruikt voor de oorlogsvoering op kleine schaal in steden, waarbij de oorspronkelijke bewoners gesteund door kennis van het terrein vaak overwinnen.
De Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog werd zo de eerste guerrillaoorlog uit de geschiedenis. De verliezen waren aan beide kanten groot. Ook de Spaanse partizanen, vaak arme straatvechters en anderen uit de lagere klassen van Spanje, werden flink gedecimeerd.
Straatvechters die meenden grote overwinningen in de oorlog beloond te zien worden, waren niet gewend aan het verzet van stevig bewapende Franse troepen. Desondanks is de term in de eeuwen na deze oorlog vaker gebruikt en deze manier van oorlogsvoering voor de guerrilla’s succesvol gebleken.
Met de steun van Portugal en de in augustus 1808 in Portugal als steun tegen de Franse invasie gelande Britse troepen, slaagden de Spanjaarden er in om de Fransen het Iberisch schiereiland uit te werken
Bij de Slag bij Salamanca op 22 juli 1812 werden 7000 Franse manschappen gedood en nog eens 7000 gevangen genomen door een Anglo-Portugees-Spaans leger.

Slag bij Salamanca

Een jaar later, op 21 juni 1813, werden de Fransen bij Vitoria tijdens de laatste belangrijke veldslag van de oorlog, compleet gedecimeerd en koning Joseph Bonaparte ternauwernood kon ontsnappen.

De Slag bij Toulouse

Met de slag bij Toulouse, die op 10 april 1814 begon, lukte het de Britten, Portugezen en Spanjaarden onder leiding van Arthur Wellesley, de Hertog van Wellington die een jaar later Napoleon definitief zou verlagen in Waterloo, uiteindelijk om de Fransen van het Iberisch Schiereiland te verdrijven.

ONDERTUSSEN IN DE KOLONIEËN
Door de zwakte van Spanje tijdens deze periode werd het proces van onafhankelijkheid van Latijns-Amerika in gang gezet. Tussen 1808 en 1814 was Nieuw-Spanje afgesneden van het moederland.

José de Iturrigaray

In 1803 was José de Iturrigaray (1742-1815), met steun van de eerder al vermelde eerste minister van Spanje Manuel de Godoy tot vicekoning aangewezen. In die functie werd hij berucht vanwege zijn corruptie. Na de machtsovername van Napoleon in Spanje die zijn broer Jozef Napoleon op de troon zette, probeerde Iturrigaray een meer liberale en autonome regering te vestigen in Nieuw-Spanje. Pro-Bourbon Conservatieven vreesden echter dat hij zichzelf tot koning wilde uitroepen, en zetten hem op 15 september 1808 bij een staatsgreep af.
De nieuwe koloniale regering trad hardhandig op tegen elke vorm van verzet, zo erg dat ze elke geloofwaardigheid verloor en de conservatieven, bang om geregeerd te worden door een liberale Bonaparte, en liberalen, bij wie de ontevredenheid na de mislukte staatsgreep van 1808 alleen maar was toegenomen,  sloten de handen ineen.

Miguel Hidalgo

In de nacht van 16 september 1810 luidde Miguel Hidalgo (1753–1811), een priester van creoolse afkomst in het stadje Dolores (nu naar hem Dolores Hidalgo genoemd) de klokken van zijn kerk en hield voor het toegestroomde volk een vurige toespraak over Mexicaanse onafhankelijkheid. Deze gebeurtenis, de “Grito de Dolores”, was het begin van de Mexicaanse opstand tegen de Spanjaarden. Hoewel Hidalgo een priester was stond hij bekend om zijn liberale opvattingen. Hij was een verwoed lezer van Franse literatuur en een non-conformist. Hij brak openlijk kerkelijke voorschriften zoals die van seksuele onthouding voor geestelijken. Hidalgo werd lid van een groep die in het geheim plannen smeedde voor een opstand van mestiezen, personen geboren uit een Europese, vaak Spaanse of Portugese, vader en een Indiaanse moeder of omgekeerd,  en indianen tegen de Spaanse overheerser, gericht op onafhankelijkheid van Nieuw Spanje.
De opstandelingen van Hidalgo wisten snel enkele successen te bereiken. San Miguel werd door de opstandelingen veroverd, en tegen Hidalgo’s wens in, gingen zijn opstandelingen zich te buiten aan moorden op de Spaanse inwoners en plunderingen. In Celaya gebeurde iets vergelijkbaars. In Guanajuato verschansten de Spanjaarden zich in de lokale graanopslag. Hidalgo’s mannen namen het gebouw in en moordden de Spanjaarden uit.
Meer steden vielen nu voor de opstandelingen en Hidalgo rukte op naar Mexico-stad. Op 30 oktober 1810 kwam het tot een veldslag met het reguliere koloniale leger, de slag bij Monte de las Cruces.

De Slag bij Monte de las Cruces

Hidalgo was numeriek in de meerderheid, maar vocht wel met een troep slecht georganiseerde burgers tegen een goed uitgerust professioneel leger. Hij wist desondanks te winnen, en de regeringstroepen trokken zich terug naar Mexico-stad. Hoewel de hoofdstad nu voor hem open lag, besloot Hidalgo de stad niet binnen te trekken. Hidalgo had zijn opstand namelijk overhaast moeten beginnen omdat zijn plannen ontdekt waren door de koloniale regering, waardoor hij niet voldoende slagkracht kon verzamelen om de Spanjaarden definitief te verslaan. Wel wist hij later nog Guadalajara in te nemen.
Op 17 januari 1811 kwam het opnieuw tot een veldslag met de royalisten, de slag bij Puente de Calderón. Dit keer waren het echter de opstandelingen die op de vlucht werden gejaagd. In maart van dat jaar werd Hidalgo door de Spanjaarden bij Monclova gevangen genomen. Omdat hij een priester was, werd hij niet zoals Allende en de meeste andere onmiddellijk geëxecuteerd wegens hoogverraad, maar werd hij voor de inquisitie gebracht. Op 31 juli 1811 werd hij wegens ketterij en verraad alsnog voor het vuurpeloton gebracht.

De executie van Miguel Hidalgo

In Mexico wordt Hidalgo nog steeds geëerd als bevrijder en Vader des vaderlands.
Na Hidalgo’s dood nam een andere priester, José María Morelos (1765–1815), het leiderschap van de opstand over.

José María Morelos

In tegenstelling tot zijn voorganger was hij een mesties. Hij was een briljant strateeg en bewonderaar van Napoleon. Naar verluidt heeft Napoleon ooit over hem gezegd: “Geef me drie mannen als Morelos en ik zou de hele wereld kunnen veroveren.” Hij wist bijna geheel centraal-Mexico in te nemen. Morelos gaf ook de politieke kant van de strijd meer invulling. Hij was voorstander van sociale en landbouwhervormingen ten gunste van de boerenbevolking, waardoor hij erg populair was. Hij was tegen het standensysteem en voor gelijke rechten voor alle rassen, maar tegelijkertijd was hij ook intolerant tegen andere religies en was hij voorstander van de monarchie. In 1813 riep hij het congres van Chilpancingo bijeen. Daar werd voor het eerst officieel de onafhankelijkheid verklaard, en er werd een ontwerpgrondwet opgesteld. Op dat moment leek hij aan de winnende hand te zijn. De hoofdstad Mexico-stad was volledig omsingeld door Morelos’ gebied. Hierna begonnen de Spanjaarden onder generaal Félix Calleja (1753—1828) echter een tegenoffensief, waarbij vele steden heroverd werden, waaronder uiteindelijk zelfs Chilpancingo zelf.  In 1815 werd Morelos gevangengenomen, naar Mexico-stad gevoerd en gefusilleerd als verrader in het dorp Ecatepec.

De executie van José María Morelos

José María Morelos is tegenwoordig een nationale held in Mexico en wordt gezien als een vader des vaderlands. Behalve Morelia is ook de staat Morelos naar hem genoemd.
Na de dood van Morelos zakte de opstand in. Een groot deel van het gebied dat door Morelos was bevrijd was al door de royalisten heroverd, en in de volgende jaren zou nog meer gebied verloren gaan. Er werd zelfs amnestie aanboden aan de opstandelingen.
Vicente Guerrero (1782–1831) en Guadalupe Victoria (1786-1843) zetten de strijd echter voort. Terwijl Guerrero aan de kust van de Grote Oceaan streed startte Victoria een guerrillaoorlog in Vera Cruz. Toen de Spanjaarden in 1817 amnestie aanboden aan de rebellen legden de meesten de wapens neer. Victoria zat nu vrijwel zonder manschappen en trok zich terug op zijn haciënda in Vera Cruz.

Vicente Guerrero
Guadalupe Victoria

Gebeurtenissen in Spanje zouden echter de balans ten gunste van de onafhankelijkheidsstrijders laten doorslaan. Daar was na de val van Napoleon in 1814 opnieuw Fernando VII op de troon gezet. Onmiddellijk schafte hij de liberale verworvenheden af en vervolgde opstandelingen op een wrede en meedogenloze wijze. In januari 1820 dwong een opstand hem echter de liberale grondwet opnieuw te in te voeren. Veel conservatieven in Mexico werden hierdoor gealarmeerd. Ze hadden liever onafhankelijkheid dan een liberale grondwet.

Agustín de Iturbide

In november 1820 werd kolonel Agustín de Iturbide (1783–1824) uitgezonden om de troepen van Vicente Guerrero te bestrijden, maar door de gebeurtenissen in Spanje en na geheime onderhandelingen met Guerrero liep hij over naar de opstandelingen.
Samen met de rebellenleiders Vicente Guerrero en Guadalupe Victoria tekende Agustín de Iturbide op 24 februari 1821 “Het Plan van Iguala”, ook wel bekend als het “Plan Trigarante” (“Plan van de Drie Garantiën”).  De ondertekenaars riepen op tot onafhankelijkheid van Mexico. Het land zou een monarchie worden waarin het Rooms-katholicisme als enige godsdienst toegestaan zou worden en er zou gelijkheid voor alle sociaaletnische groepen bewerkstelligd worden.

24 februari 1821: Plan de Iguala

Deze drie ‘Garantiën’ werden samengevat als: “Religión, Independencia y Unión” (het Rooms-katholicisme, de onafhankelijkheid van Mexico en gelijkheid voor alle bevolkinggroepen in het land). Deze garantiën werden tevens uitgebeeld door de kleuren groen voor de onafhankelijkheid, wit voor het Rooms-katholicisme en rood voor de gelijkheid, waarmee de vlag van Mexico ontstond.

De Vlag van het Leger van de Drie Garantiën

Om dit te bewerkstelligen werd het “Ejército de las Tres Garantias” (“Leger van de Drie Garantiën”) opgericht, dat bestond uit de verenigde manschappen van Iturbide, Guerrero en Guadalupe Victoria.

Dit alles gebeurde vandaag precies 190 jaar geleden!

Tegenwoordig is 24 februari in Mexico “Día de la bandera” (“De dag van de Vlag”).

De huidige vlag van Mexico

ONDERTUSSEN IN “THE ALAMO”, DAG OP DAG 25 JAAR LATER
Ondertussen is het vandaag precies 150 jaar geleden dat The Alamo voor de tweede dag belegerd werd. William Barret Travis (1809–1836), de bevelhebber van het fort, schreef vandaag  zijn brief “To the People of Texas & All Americans in the World” voor steun aan de belegerden van The Alamo.

Eerste pagina van de brief van William Barret Travis "To the People of Texas & All Americans in the World"

De brief –die beschouwd wordt als het belangrijkste document uit de geschiedenis van Texas en een meesterwerk van Amerikaans patriottisme- eindigt met de woorden “Victory or Death!”.
Een koerier, Albert Martin, reed gedurende de nacht 110 km ver om de brief te verspreiden.  Uiteindelijk verscheen de brief ook in enkele Texaanse kranten.
Tussen de 32 en de 90 man bereikten The Alamo voor het viel. Diegenen die niet tijdig in The Alamo geraakten vormden de basis van het leger dat op 21 april 1836 de Mexicaanse generaal Antonio López de Santa Anna een zware nederlaag zou toebrengen.

Hoe beide verhalen uiteindelijk samenkomen, leest u de volgende dagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s