Vandaag, maandag 17 mei 2010, is het precies 500 jaar geleden dat op 17 mei 1510 in het Italiaanse Firenze de rond 1445 in hetzelfde Firenze als Alessandro Filipepi geboren Italiaanse Renaissanceschilder Botticelli op ongeveer 65-jarige leeftijd overleed.
 
In “De Aanbidding der Wijzen” (Uffizi, Firenze) uit 1475 heeft Botticelli links Lorenzo I de Medici “Il Magnifico” geportretteerd en rechts zichzelf.
 
 
 
Alessandro kreeg zijn bijnaam vanwege zijn broer, die zo dik was dat hij Botticelli of "het tonnetje" werd genoemd.
Botticelli leefde en werkte in het Firenze van Lorenzo I de Medici “Il Magnifico” (1449–1492), één van de beroemdste leden van het geslacht de’ Medici die heerste over de republiek Firenze van 1469 tot 1492, het hoogtepunt van de Italiaanse Renaissance.
Botticelli was een generatiegenoot van Leonardo da Vinci die zeven jaar jonger was. Als leerling van Andrea del Verrocchio (1435 – 1488) heeft da Vinci misschien wel een tijdje in het zelfde atelier gewerkt als Botticelli, die een medewerker was van Verrocchio en door diens werk werd beïnvloed.
Botticelli was ook een leerling van één van de belangrijkste Florentijnse kunstschilders van de Vroege Renaissance, Fra Filippo Lippi (circa 1406-1469), wiens zoon Filippino Lippi later zelf in de leer zou gaan bij Botticelli.
In 1481 en 1482 verbleef Botticelli in Rome, waar hij fresco’s schilderde in de Sixtijnse Kapel (gebouwd tussen 1473 en 1481 in opdracht van paus Sixtus IV –paus van 1471 tot 1484- naar wie de kapel ook genoemd werd). Omdat er daar maar drie fresco’s van zijn hand zijn wordt vermoed dat de opdrachtgevers ze niet waardeerden. De fresco’s op het plafond zouden tussen 1508 en 1512 door Michelangelo worden geschilderd.
Botticelli’s bekendste werken zijn “La Primavera” (ca. 1482) en “Nascita di Venere” (ca. 1482-1486). Beide werken hangen in het Uffizi, een paleis in Firenze, waarin één van de belangrijkste kunstmusea ter wereld is gevestigd. De twee schilderijen werden gemaakt in opdracht van leden van de familie de Medici, die in het “quattrocento” (de 15de eeuw) Firenze domineerden en de schone kunsten en de klassieke filosofie zeer genereus ondersteunden.
 
La Primavera
 
“La Primavera” ("De Lente") is een allegorie op het begin van de lente en toont negen figuren, onder wie de godin Venus, haar geliefde, Hermes, en de lentegodin Flora. Het schilderij is het eerste werk uit de Renaissance waarin heidense goden bijna levensgroot te zien zijn, iets wat voordien voorbehouden was aan religieuze onderwerpen. Het werk –dat 203 × 314 cm groot is- is vrijwel zeker gemaakt voor de bruiloft van een neef van Lorenzo de’ Medici en heeft vervolgens in zijn slaapkamer gehangen. Daarna is het honderden jaren in de vergetelheid geraakt, om pas halverwege de 19de eeuw door het grote publiek ontdekt te worden. Sindsdien spreekt het schilderij tot de verbeelding, vooral omdat niet helemaal duidelijk is wat de schilder ermee bedoelde. Zo speelt zich aan de rechterkant mogelijk seksueel geweld af en staat de figuur links (Mercurius) mogelijk voor homoseksualiteit. Immers: hij plukt vruchten (die lust symboliseren), maar keert zich af van de vrouwen rechts van hem. Die vrouwen, waarvan er één (met verlangen?) naar Mercurius kijkt, zijn sinds de Romeinse tijd de eerste vrouwen die sensueel worden afgebeeld, wat ervoor zorgt dat het schilderij als een keerpunt in de kunstgeschiedenis wordt gezien. Zeer opmerkelijk aan het schilderij zijn de bloemen: er zijn meer dan vijfhonderd verschillende soorten afgebeeld, vaak tot in het kleinste detail. Deze bloemen bloeien overigens niet allemaal in de lente. Wat dat betreft heeft Botticelli enige artistieke vrijheid genomen.
 
Nascita di Venere
 
Het schilderij “Nascita di Venere” (“De Geboorte van Venus”) dat 172,5 cm bij 278,5 cm groot is, beeldt ondanks de naam waaronder het bekend werd niet de eigenlijke geboorte van Venus af aangezien die volgens de legende uit het zeeschuim zou zijn geboren, maar haar aankomst op het eiland Cyprus, op een grote drijvende schelp. In de klassieke oudheid was een schelp een metafoor voor een vagina. 
Eén van de Italiaanse euromunten toont een detail van dit werk, namelijk het hoofd van de godin.
 
10 Italiaanse eurocent
 
Na de dood van Lorenzo de’ Medici in 1492 beleefden de Medici en Firenze een periode van verval. De macht van het geslacht nam sterk af en Firenze raakte verzwakt.
 
Girolamo Savonarola
 
Uit deze tijd dateert het optreden van Girolamo Savonarola, een fanatieke Dominicaanse priester die overigens door Lorenzo de ‘Medici zelf naar Firenze was gehaald en van 1494 tot 1498 heerser over de Florentijnse Republiek. Savonarola wordt vaak, met de Bohemer Jan Hus en de Engelsman John Wycliffe, tot de voorlopers van de Hervorming en het protestantisme gerekend, hoewel Savonarola zelf altijd trouw bleef aan de rooms-katholieke geloofsleer.
Savonarola’s eerste daad was de verbanning van de gevluchte Piero de’ Medicin, de zoon van Lorenzo. Savonarola bestuurde Firenze daarna als een democratische republiek op christelijk-religieuze grondslag. Een van zijn eerste daden was om voor homoseksualiteit, waar tot dan een geldboete op stond, de doodstraf in te voeren. Gokken en alcohol werden verboden.
Botticelli raakte onder de invloed van deze fundamentalistische monnik. Dit resulteerde in een serie duistere, intens religieuze werken die dezelfde onheilspellende atmosfeer ademen als bij sommige Duitse expressionisten van de 20ste eeuw het geval is, die even voor de opkomst van het nationaalsocialisme, de ineenstortende wereld van de Republiek van Weimar verbeelden.
Ondertussen werd Paus Alexander VI -die door Savonarola was bekritiseerd- één van Savonarola voornaamste tegenstanders. De paus legde Savonarola in 1495 een preekverbod op, wat hij negeerde. Hij weigerde naar Rome te komen en verdedigde zich schriftelijk tegen de klachten van de paus.
Op 7 februari 1497 organiseerde Savonarola zijn beruchte “Vreugdevuur der IJdelheden” (“Bonfire of the Vanities”). Zijn fanatieke aanhangers haalden van deur tot deur voorwerpen op die volgens hen getuigden van morele laksheid, zoals spiegels, cosmetica, heidense boeken, speeltafels, luxueuze kleding, maskers, pruiken, muziekinstrumenten en geschriften met een immorele, vaak te wereldse strekking. Die werden op de Piazza della Signoria verbrand. Daarbij gingen ook belangrijke schilderijen van Botticelli verloren. Velen nemen aan dat hij zelf zijn eigen schilderijen in het vuur gooide.
 
Maar het volk werd het fundamentalistisch-religieuze bewind van Savonarola stilaan beu en tijdens zijn voordracht van de homilie op Hemelvaartsdag (4 mei) 1497 braken rellen uit, die tot een opstand uitgroeiden. Kroegen gingen weer open, er werd alcohol geschonken en openlijk op straat gedobbeld en gedanst, in weerwil van Savonarola’s verordeningen.
Op 13 mei 1497 excommuniceerde paus Alexander VI Savonarola en in 1498 eiste de paus zijn arrestatie. Op 8 april 1498 bestormde een menigte het convent van San Marco. Na een korte strijd, waarbij enkele van zijn aanhangers gedood werden, gaf Savonarola zich over, samen met zijn twee naaste medewerkers Fra Domenico da Pescia en Fra Silvestro. Hij werd beschuldigd van godslastering, ketterij, volksmennerij, hoogverraad, het uiten van profetieën en religieuze dwalingen. Gedurende de volgende weken werden Savonarola en zijn twee medewerkers gemarteld op de strekbank. Uiteindelijk tekenden de drie op 8 mei 1498 onder zware martelingen bekentenissen. De beulen lieten alleen Savonarola’s rechterarm ongemoeid, zodat hij in staat bleef zijn handtekening te zetten.
Later zou Savonarola God om vergeving vragen voor het feit dat hij aan de fysieke druk van de martelingen bezweken was en misdaden had bekend waaraan hij geloofde onschuldig te zijn. 
 
De executie van Savonarola
 
Op de dag van zijn executie, 23 mei 1498, werden Savonarola en zijn twee medewerkers naar het Piazza della Signoria geleid, waar ze ritueel werden ontdaan van hun monnikskleed en tot ketters werden uitgeroepen. Ze werden in ijzeren ketens opgehangen boven een groot vuur om op die manier te sterven (deze manier van executie had Savonarola zelf ook vaak toegepast). De geschiedschrijver Jacopo Nardi, die getuige was van de executie, schreef dat de beul die het vuur aanstak daarbij uitriep dat degene die hem had willen verbranden nu zelf dit lot onderging. Een andere getuige, Lucca Landucci, schreef dat de verbranding een paar uur duurde, waarbij de beulen de as een aantal keer omwoelden en met nieuw hout bedekten, zodat aanwezige vroegere aanhangers van Savonarola niet in staat zouden zijn stoffelijke resten te bemachtigen die dan als relieken bewaard zouden blijven. De as van het vuur werd bij de Ponte Vecchio in de Arno verstrooid. Ook Niccolò Machiavelli, de Italiaanse politicus en filosoof die wordt beschouwd als één van de grondleggers van politieke wetenschappen, was eveneens getuige van de executie en heeft deze beschreven.
 
De geboorte van Christus (National Gallery, Londen)
 
In 1501 schilderde Botticelli zijn onconventionele “Natività mistica” (“Geboorte van Christus”), dat nog geïnspireerd zou zijn door Savonarola’s gedachtegoed. Maar ten opzichte van de vernieuwingen van Da Vinci en Michelangelo gold Botticelli rond 1500 als zo ouderwets dat zijn populariteit eronder leed. Er is dan ook weinig bekend van de laatste tien jaar van zijn leven.
Hij stierf op 17 mei 1510 –vandaag precies 500 jaar geleden- in vergetelheid en werd pas in de 19de eeuw herontdekt door de Preraffaellieten.
 
Abbazia Di Ognissanti
 
Botticelli ligt begraven in het Abbazia Di Ognissanti in Firenze waar ook de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci (1454-1512) begraven ligt, de man naar wie het pas ontdekte continent Amerika werd genoemd, en "La Bella” Simonetta Cattaneo (1453-1476) die getrouwd was met Marco Vespucci –een verre neef van Amerigo Vespucci- en in verschillende schilderijen van Botticelli wordt afgebeeld. Zo wordt nog steeds beweerd dat zij model stond voor Botticelli ’s Venus, alhoewel dit geschilderd werd negen jaar na haar dood ten gevolge van tuberculose op slechts 22-jarige leeftijd. Of Botticelli verliefd op haar was weten we niet, maar hij werd alleszins aan haar voeten begraven…
 
Simonetta Cattaneo
 
Het Firenze waarin Botticelli leefde en het optreden van Savonarola worden o.a. geportretteerd in het boek “The birth of Venus” van de Britse schrijfster Sarah Dunant.
 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s