merhoMerho

Vandaag, vrijdag 24 oktober 2008, wordt de op 24 oktober 1948 in Antwerpen geboren Vlaamse striptekenaar en geestelijke vader van Kiekeboe, Robert “Merho” Merhottein, 50 jaar.

Kiekeboe Kiekeboe De wollebollen De Wollebollen

De strip Kiekeboe verscheen voor het eerst in Het Laatste Nieuws en De Nieuwe Gazet op 15 februari 1977. Merho was toen 29 jaar. Dit eerste album was “De Wollebollen”. De albums werden uitgegeven door J. Hoste en vanaf album 45 door Standaard Uitgeverij. Ondertussen verschijnt de strip in voorpublicatie in de kranten Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg.

Na verloop van tijd werd Kiekeboe bekender en populairder. Momenteel behoort de reeks tot de meest gelezen en meest verkochte strips in Vlaanderen. Van een nieuw album worden er meer exemplaren gedrukt dan van een nieuw Suske en Wiske-album.

Kiekeboe is een typische Vlaamse familiestrip. De personages zijn eerder antihelden dan helden. De situaties en de verhaalopbouw zijn vergelijkbaar met die van Suske en Wiske qua herkenbaarheid, maar de reeks mikt tegelijk meer op een volwassener publiek. Dit laat zich merken aan de erotiek (meestal in de gedaante van Fanny), de vele verwijzingen naar maatschappelijke thema’s of actuele begrippen (hormonenzwendel in “Over koetjes en kalfjes”, witwasserij in “Witter dan wit”) en de beruchte taalspelletjes (zie ook hieronder).

In de begindagen hadden sommige verhalen van Kiekeboe een grote sciencefictionfactor of geleken ze qua braafheid en naïviteit erg op andere strips zoals De Smurfen (“De Wollebollen”!) of Suske en Wiske. De reeks evolueerde echter al snel met de tijdgeest. Kiekeboe’s vrouw, Charlotte, die in het begin een flauw huisvrouwtje was, werd een veel zelfstandiger en assertiever figuur. Ook de erotiek, die in het begin nog vrij schuchter en subtiel aanwezig was, werd geleidelijk aan explicieter.

De verhalen zelf werden minder naïef en sloten meer aan op bij reële gebeurtenissen, op enkele pure fictiethema’s zoals vampiers (“Het witte bloed”, “De kus van Mona”, …) na. Merho, die bij het begin van de reeks al eens rechtstreeks op de actualiteit inpikte (“De dorpstiran van Boeloe Boeloe” is een parodie op Idi Amin Dada en “De zwarte Zonnekoning” op Jean-Bédel Bokassa) zou dat later subtieler doen, vanwege de snelle datering van dat soort grappen.

Album 26 Album 26

Naar aanleiding van 30 jaar Kiekeboe op 15 februari 2007 werd er een hitparade samengesteld van de beste Kiekeboe verhalen. Op nummer 1 stond “Album 26”, een album waarin gespeeld werd met de conventies van het medium stripverhaal. In eerste instantie waren de recensies matig tot slecht. Lezers wisten niet wat hen overkwam. Maar naarmate de tijd verstreek, kreeg het album steeds meer fans. Kinderen hadden er nooit problemen mee. Je houdt van “Album 26” of je hebt er een hekel aan. Een tussenweg bestaat er niet.

Vanaf januari 2003 werd de reeks getekend door Dirk Stallaert, die tot dan toe onder meer de laatste Nero-verhalen van Marc Sleen had getekend. Merho zelf legde zich toe op het uitwerken van de scenario’s.

Doch Dirk Stallaert vond van zichzelf dat de Kiekeboe-stijl hem niet lag en besloot om ermee te stoppen. In zijn plaats kwamen twee nieuwe helpers, Steve Van Bael (bekend van de stripreeks “Link”) en Thomas Du Caju (bekend van de stripreeks “Sabatini”).

Merho’s gebruik van humor die afwisselend voor zowel kinderen als volwassenen leuk is en de talrijke taalgrapjes en woordspelingen in de namen van personages zijn duidelijk geïnspireerd door René Goscinny en Albert Uderzo’s Asterix. Voorbeelden hiervan zijn John Massif in “De spray-historie” (voor John Massis en “De Prehistorie”), Boer Vil in “De Franse slag” (Bourvil) en Bo Clootsaet in “Het Boerka complot” (Bo Coolsaet). Volgens sommigen zou de naam Van de Kasseien verwijzen naar Willy Vandersteen, in wiens studio Merho aanvankelijk werkte.

kiekepedia Kiekepedia

In het najaar van 2008 kwam het naslagwerk Kiekepedia uit. In de Kiekepedia krijgt de lezer een uitgebreide selectie van personages die voorkwamen in 1 of meerdere Kiekeboe-albums, allemaal met hun eigen identikit en pasfoto, samen met een naamsverklaring.

Het meest recente Kiekeboe-album is nummer 118 “Kort en bondig”. Op stapel staan “Geld terug” (verwacht december 2008) en “Joyo de eerste” (verwacht in 2009).

 

En gisteren, 23 oktober 2008, was het precies 50 jaar geleden dat op 23 oktober 1958 in het Franstalige stripblad “Spirou” de smurfen hun opwachting maakten in een bijrol van het verhaal “De fluit met de zes smurfen“ uit de reeks “Johan en Pirrewiet”.

peyo Peyo

Pierre Culliford werd geboren in Brussel op 25 juni 1928 als zoon van een Engelsman. Een Engels neefje verbasterde zijn bijnaam Pierrot tot iets dat klonk als Peyo. Dit werd later zijn pseudoniem.

Johan en Pirrewiet Johan en Pirrewiet

Culliford debuteerde in 1947 als striptekenaar in de Belgische kranten “La Dernière Heure” en “Le Soir” met een strip over de schildknaap Johan. Vanaf 1952 verscheen deze strip in het stripblad “Spirou” (“Robbedoes”). In 1954 dook in deze strip de figuur “Pirlouit” (“Pirrewiet”) op.

De fluit met de zes smurfen De fluit met de zes smurfen

Op 23 oktober 1958 werd in “Spirou” in het negende verhaal van “Johan et Pirlouit” (“Johan en Pirrewiet”) dat de naam meekreeg van “La flûte à six trous” een dwergenvolkje onder de naam de “Schtroumpfs” (“Smurfen”) geïntroduceerd. Het album zelf werd in 1960 gepubliceerd onder de naam “La Flûte à six schtroumpfs” (“De fluit met de zes smurfen”).

In de verhalen “La Guerre des 7 Fontaines” (“De oorlog der 7 bronnen”)(1961), “Le pays maudit” (“Het onzalige land”)(1964) en “Le Sortilège de Maltrochu” (“De hekserij van bozerik”)(1970) duiken de smurfen weer op.

De zwarte smurfen De zwarte smurfen

De blauwe figuurtjes bleken aan te slaan bij de lezers en na diverse gastrollen te hebben vervuld krijgen vanaf 1959 in “Spirou” hun eigen reeks. De eerste zes verhalen zijn zogenaamde “microverhalen”, volledige avonturen van 48 zeer kleine pagina’s (8 pagina’s op één A4) die als bijlage bij “Spirou” zitten. Nadien, vanaf 1963, verschijnen de smurfen zoals elke gewone stripreeks, op normaal formaat. De eerste zes verhalen zijn hiervoor hertekend.

Het eerste album, “Les Schtroumpfs noirs” (“De zwarte smurfen”) wordt uitgegeven in januari 1963.

Culliford vond de Smurfentaal uit tijdens een etentje met collega-stripauteur André Franquin, de tekenaar van o.a. “Gaston” (“Guust Flater”). Culliford kon niet op het woord voor zout komen en zei tegen Franquin "Geef de smurf even aan" ("Donnez moi le schtroumpf"). De rest van de avond werd besteed aan het verder uitbreiden van deze nieuwe taalvariant.

Les Schtroumpfs et le Livre qui dit tout Les Schtroumpfs et le Livre qui dit tout

Na de dood van Pierre “Peyo” Culliford op 24 december 1992 zette zijn zoon Thierry Culliford

Het werk van zijn vader voort. In januari van dit jaar verscheen het 27e album “Les Schtroumpfs et le Livre qui dit tout” (“Het Boek dat Alles Smurft”).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s