Simon Carmiggelt Simon Carmiggelt

Vandaag, dinsdag 7 oktober 2008, is het precies 95 jaar geleden dat op 7 oktober 1913 in Den Haag de Nederlandse journalist en schrijver Simon Carmiggelt – die vooral bekend is geworden om zijn krantencolumns in Het Parool – werd geboren.

Carmiggelt kwam uit een socialistisch, sterk antifascistisch milieu.

Op 6 september 1939 trad hij in het huwelijk met de moderedactrice Tiny de Goey. In februari 1940 werd hun dochter Marianne Carmiggelt geboren en in november 1942 hun zoon Frank Carmiggelt.

Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, namen ze de drukpersen in beslag en rantsoeneerden het papier. Uit protest nam Carmiggelt ontslag bij de krant. Via vrienden raakte hij in Amsterdam betrokken bij het illegale blad “Het Parool”, waar hij instond voor de productie en de verspreiding. Stuk voor stuk riskante bezigheden en bijgevolg werd Carmiggelt tijdens een razzia door de bezetter opgepakt en in de gevangenis geworpen. Van de drukproeven die hij bij zich had, kon hij het grootste deel doen verdwijnen in een verlaten pand. Zijn broer – die door de SS was aangehouden wegens hulp aan de joden en de illegale distributie van voedselbonnen aan onderduikers – was inmiddels gestorven in het concentratiekamp Vught, één van de vijf concentratiekampen in Nederland. Na een week werd Simon vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Hij hernam meteen zijn illegale activiteiten. In het laatste oorlogsjaar was hij redacteur van “Het Parool”. Latere biografen leggen bij zijn oorlogservaringen de verklaring voor Carmiggelt’s latere pessimisme en vooral zijn felle antitotalitaire en anticommunistische standpunten.

Na de bevrijding werd “Het Parool” een heus dagblad en kreeg Carmiggelt er de leiding over de kunstrubriek. Hij schreef toneel- en filmrecensies en begon ook zijn cursiefjes, aanvankelijk drie keer per week, later elke dag. De eerste “Kronkel” verscheen op 25 oktober 1946 en tot aan zijn dood in november 1987 zijn er ruim 10.000 verschenen. Een selectie van 50 stukjes uit elke jaargang werd elk jaar door De Arbeiderspers in boekvorm uitgegeven. Soms werden de bundels geïllustreerd door vrienden-tekenaars als Peter Vos, Charles Boost, Otto Dicke en Peter van Straaten.

Simon Carmiggelt wekte onder meer samen met Annie M.G. Schmidt, Wim Sonneveld en Wim Kan, schreef en sprak geestige filmcommentaren in en las voor uit eigen werk, wekelijks op de radio en maandelijks op de televisie, waar hij laat op de avond één van zijn columns op zijn karakteristieke zeer droge toon voorlas. Niet toevallig was dat telkens voor de VARA, de omroep van de socialistische en sociaaldemocratische zuil.

Carmiggelt werd geroemd om zijn situatiehumor, hij observeerde scherp en creëerde dan een beeld of vergelijking waarin de mens niet alleen uiterlijk maar ook innerlijk helemaal wordt opgeroepen. Hij schreef zijn stukjes niet op een redactiekantoor. Hij schreef ze thuis, op een bankje in het park, in de kroeg, op een terrasje, enz…, onveranderlijk met een mooie balpen, één van de vele uit zijn uitgebreide collectie, want hij “had iets met pennen”. Als het stukje af was, deponeerde hij het in een speciaal daartoe aangebracht busje onder zijn deurbel. Een koerier van de krant kwam het daar elke dag ophalen. Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Die milde ironie heeft Carmiggelt gemeen met de Vlaams romanschrijver Willem Elsschot (1882–1960), voor wie hij een levensgrote bewondering koesterde, met wie hij goed bevriend raakte en over wie hij boeiend publiceerde in “Ontmoetingen met Elsschot” (1985).

Carmiggelt kreeg in 1961 de Constantijn Huygensprijs voor zijn volledige oeuvre en in 1974 de P.C. Hooftprijs, de hoogste Nederlandse literaire onderscheiding.

Op het eind van zijn leven ontwikkelde hij een ouderdomsdiabetes, die hij niet naar behoren verzorgde, ook al omwille van het feit dat zijn snel blind wordende vrouw nogal wat verzorging nodig had. Misschien was het drankprobleem waarmee hij in de jaren ’70 sukkelde hier mee de oorzaak van. Zijn diabetes kreeg hij niet onder controle met als gevolg dat hij in de herfst van ’87 in het ziekenhuis terechtkwam en de dag na zijn ontslag een hartinfarct kreeg. Na revalidatie in het Prinsengrachtziekenhuis kon hij weer naar huis. Enkele weken later overleed hij op maandag 30 november 1987 op 74-jarige in Amsterdam in zijn slaap aan een tweede infarct.

Op 3 december 1987 werd hij in het Crematorium Westgaarde in Amsterdam gecremeerd en zijn as werd verstrooid.

 

Renate Rubinstein Renate Rubinstein

 

Na zijn dood schreef Renate Rubinstein (1929-1990) een bijzonder portret van de schrijver in “Mijn beter ik”. Daarin onthulde ze dat ze jarenlang een geheime verhouding had gehad met Simon Carmiggelt, nadat ze eerder getrouwd was met de literair criticus Aad Nuis en met de psycholoog en columnist Jaap van Heerden. Niet iedereen was daar blij mee en het werd door sommigen als ongepast gezien.

Carmiggelt werd in 2004 geselecteerd voor de verkiezing van De grootste Nederlander en eindigde op de 118de plaats.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s