Vandaag, maandag 6 oktober 2008, is het precies 35 jaar geleden dat in het Midden-Oosten de Jom Kipoeroorlog, ook bekend als de Oktoberoorlog of de Ramadanoorlog, begon.

Die dag zetten Egypte en Syrië met de steun van o.a. Algerije, Irak, Koeweit, Libië, Marokko, Saoedi-Arabië, Soedan en Tunesië in een gecoördineerde actie de aanval in tegen Israël, precies op de dag dat het joods religieuze feest Jom Kippoer of “Grote Verzoendag” wordt gevierd, de belangrijkste feestdag in het Jodendom en de enige dag in het jaar dat de hogepriester de allerheiligste plaats in de tempel te Jeruzalem betrad om te pleiten voor Gods volk.

 

Jom Kipoeroorlog2

Een Sherman tank, verbeterd door de Israeli’s.

 

De Syrische aanval werd door Israël als de meest gevaarlijke gezien. De Sinai lag ver genoeg van de Israëlische bevolkingscentra maar als de Golanhoogte zou vallen werden Tiberias, Safed, Haifa, Netanya en Tel Aviv direct bedreigd. Reservisten werden direct naar de Golan gestuurd. Tijdens deze cruciale uren werd tankcommandant Zvi "Zvika" Greengold een nationale held en kreeg hij later de “Medal of Valor”, de belangrijkste Israëlische medaille voor moed. Met slechts één tank ging hij telkens opnieuw het gevecht aan met de Syrische tanks. Op 8 oktober werd de Syrische aanval gestopt en gingen de Israëli’s in de tegenaanval. Op 10 oktober waren alle Syrische tanks teruggedreven tot hun beginposities. Vanaf 11 oktober drongen Israëlische tanks dieper door in Syrië. Op 14 oktober waren ze genaderd tot op 40km van Damascus. Maar met steun van Jordaanse en Irakese troepen kon Syrië de Israëlische opmars stoppen.

Op 23 oktober hadden de Syriërs een tegenaanval gepland, met steun van Irakese en Jordaanse troepen en nadat de Sovjet-Unie de Syrische verliezen van de eerste week had vervangen. Toen kwam het bericht binnen van de Israëlische omsingeling van het Egyptische Derde Leger in het zuiden (zie lager). Dit plaatste Syrië voor een dilemma. De aanval zou aan Israël een reden geven om het Egyptische Derde Leger uit te schakelen en daarna zijn troepen naar het noorden te verplaatsen om nog dieper Syrië binnen te dringen en misschien zelfs Damascus te bedreigen. De aanval werd afgeblazen. Syrië aanvaarde het door de Verenigde Naties opgelegde staakt-het-vuren.           

 

Jom Kipoeroorlog1

Brug over het Suezkanaal 

 

In het zuiden langs het Suezkanaal moesten minder dan 500 Israëlische manschappen in de Bar-Levobservatielinie het tegen 80.000 Egyptenaren opnemen.

 

Ariel Sharon Ariel Sharon tijdens de Jom Kipoeroorlog

 

De eerste twee dagen moest Israël terrein prijsgeven maar op 15 oktober keerden de kansen. Na de complete mislukking van een Egyptische tankaanval op 14 oktober gingen de Israëli’s op 15 oktober in de tegenaanval. Een divisie o.l.v. Ariel Sharon – de latere premier van Israël die nu al bijna drie jaar in coma ligt na een hersenbloeding op 4 januari 2006 – sloeg een bres tussen het Egyptische Tweede Leger in het Noorden en het Derde Leger in het Zuiden en bereikte het Suezkanaal. Een kleine eenheid kon het kanaal oversteken en een bruggenhoofd vestigen in Egypte. Deze “invasie” van Israël in Egypte werd echter niet gesteund door Israëls bondgenoten en Israël moest het maken van bruggen over het Suezkanaal met eigen middelen uitvoeren. In de nacht van 16 op 17 oktober kwam een pontonbrug klaar en Avraham "Bren" Adan’s 162ste Divisie stak het Suezkanaal over om de terugtocht van het Egyptische Derde Leger naar het westen te verhinderen. Hierbij naderden de Israëlische troepen tot op 100km van de Egyptische hoofdstad Cairo. Op 22 oktober riepen de Verenigde Naties op tot een staakt het vuren. In de nacht van 22 op 23 oktober slaagden Israëlische troepen er in om de weg tussen Suez en Cairo in te nemen waardoor de omsingeling van het Egyptische Derde Leger, dat nu vast zat op de oostelijke oever van het Suezkanaal, een feit was. Het lot van het Egyptische Derde Leger lag nu in handen van de Verenigde Staten, die Israël al dan niet zouden toelaten om het te vernietigen. Toen Egypte zich realiseerde dat de Sovjet-Unie niet militair zou tussen beide komen om hen te helpen, aanvaarde de Egyptische president Sadat de Amerikaanse eis om de Sovjets niet om assistentie te vragen en stemde in om onderhandelingen aan te gaan met Israël in ruil voor de bevoorrading van hun Derde Leger.

 

Jom Kipoeroorlog plan 

 

Beetje bij beetje vervingen de Verenigde Naties de Israëli’s en op 5 maart 1974 verlieten de laatste Israëlische troepen de westelijke oever van het Suezkanaal.

Het staakt het vuren voorkwam een verpletterende militaire nederlaag voor Egypte.

Ondanks de zware verliezen was de verrassingsaanval – die niemand had zien aankomen – voor Egypte een groot succes en betekende het eerherstel na de nederlaag die zij tijdens de Zesdaagse Oorlog hadden geïncasseerd. Toen Israël zich later uit Port Said terugtrok, trokken de Egyptenaren in een grote overwinningsparade de stad binnen. Israël bleef zich steeds verder uit de Egyptische gebieden terugtrekken, waarbij de Egyptenaren ook akkoord gingen met steeds grotere bufferzones.

Toen de Arabische leiders zich dan realiseerden dat Israël Egypte en Syrië kon binnenvallen en Cairo en Damascus bedreigen, geraakten zij er ook van overtuigd dat Israël militair niet zou kunnen worden overwonnen.

 

Golda Meïr Golda Meïr Moshe Dayan Moshe Dayan

 

In Israël zelf werd een onafhankelijk onderzoek geëist naar de vraag hoe de verrassingsaanval mogelijk was. In 1974 traden premier Golda Meïr en de minister van defensie Moshe Dayan af. Yitzhak Rabin – de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1994 die op 4 november 1995 in Tel Aviv zou worden vermoord door een orthodox-jood – en Shimon Peres, die minder belangrijke posten hadden bezet in de impopulaire regering van Meïr, werden respectievelijk minister-president en minister van defensie. Opperbevelhebber David "Dado" El’azar werd gedwongen om af te treden. Hij stierf drie jaar later aan een hartaanval. Golda Meïr stierf op 8 december 1978 in Jeruzalem op 80-jarige leeftijd, Moshe Dayan op 16 oktober 1981 op 66-jarige leeftijd.

Dit alles leidde er echter wel toe dat de kans op gesprekken vanuit beide kampen toenam. Uiteindelijk werd in 1978 te Camp David een verdrag getekend, op basis waarvan Israël zich terug zou trekken naar de internationale grens en de gehele Sinai gedemilitariseerd gebied zou worden. Een jaar later werd een vredesverdrag ondertekend. Twee ondertekenaars, Menahem Begin – overleden op 9 maart 1992 – en Anwar Sadat, kregen hiervoor de Nobelprijs voor de Vrede.

 

Bij de Egyptisch-Syrische coalitie sneuvelden tussen de 8500 en 15000 soldaten. Tussen de 19500 en de 35000 raakten gewond. 8300 werden krijgsgevangen genomen. De Egyptisch-Syrische coalitie verloor rond de 400 vliegtuigen en ongeveer 2250 tanks werden vernietigd.
Aan Israëlische zijde sneuvelden circa 2600 soldaten en werden er meer dan 7000 gewond. 314 Israëliërs werden krijgsgevangen genomen, en tientallen raakten zoek (17 van hen zijn tot het jaar 2003 nog niet gevonden). Het Israëlische leger verloor 102 vliegtuigen en ongeveer 700 à 800 tanks.

 

Op 17 oktober 1973 kondigde een aantal OPEC-landen, waaronder Saoedi-Arabië, Irak en Koeweit, een olie-embargo af tegen de Verenigde Staten en een aantal West-Europese landen waaronder Nederland dat Israël in het geheim van wapens voorzag tijdens de Jom Kipoeroorlog. Daarnaast besloten ze ook tot een algehele productiebeperking. Ze verhoogden de olieprijs met 70% en verminderden de olieproductie elke maand met 5%. Minder olie op de markt, terwijl de vraag van het olieverslindende Westen gelijk bleef, zou de prijs per vat flink opdrijven. Sinds de Tweede Wereldoorlog was de olieprijs nauwelijks gestegen, maar nu vonden de oliestaten het hoog tijd voor verandering. Verhoging van de olieprijs zou hun economieën immers een flinke impuls geven. De oliecrisis met zijn stijgende olieprijzen had wereldwijd grote invloed op de economie, omdat zoveel economische sectoren van olie afhankelijk waren. De crisis leidde tot stagflatie – een combinatie van stagnatie en inflatie. Op 18 november 1973 werd in België de eerste autoloze zondag ingevoerd. Een periode van economische crisis met een torenhoge werkloosheid brak aan.

 

autoloze zondag autoloze zondag

 

Dit jaar begint Jom Kipoer overmorgenavond woensdag 8 oktober en duurt tot donderdagavond 9 oktober.

 

Hafiz al-Assad Hafiz al-Assad

Op de dag dat Egypte en Syrië Israël binnenvielen werd de Syrische president Hafiz al-Assad 43 jaar. Hij werd geboren op 6 oktober 1930 in Djabla en werd op 22 februari 1971 president van Syrië. Tijdens de Irak-Iran oorlog (1980-1988) steunde hij Iran en in 1991 sloot hij zich tijdens de Golfoorlog om Saddam Hoessein te bestrijden aan bij de coalitietroepen. Op 10 juni 2000 overleed hij in Damascus aan een hartaanval terwijl hij een telefoongesprek voerde met de Libanese president Émile Lahoud. Assad werd opgevolgd door zijn zoon Bashar al-Assad die nu nog steeds president van Syrië is.

 

Anwar Sadat Anwar Sadat

6 oktober werd in Egypte en Syrië een feestdag. Vandaar dat de Egyptische president Anwar Sadat acht jaar later, en vandaag precies 27 jaar geleden, op 6 oktober 1981 in Cairo een militaire parade bijwoonde. Tijdens de parade werd hij neergeschoten door fundamentalistische militairen (leden van de Egyptische Islamitische Jihad). Hij overleed aan zijn verwondingen en werd opgevolgd door zijn vicepresident Hosni Moebarak die nu al bijna 27 jaar president van Egypte is. Moebarak is begin dit jaar 80 geworden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s