Vandaag, maandag 15 september 2008, valt er nogal wat te herdenkingen in de wereld van de Nederlandse literatuur.

 

Jan Slauerhoff Jan Slauerhoff

Zo is het vandaag precies 110 jaar geleden dat op 15 september 1898 in Leeuwarden, de Nederlandse dichter en romanschrijver Jan Slauerhoff werd geboren. Hij publiceerde altijd onder de auteursnaam J. Slauerhoff.

Jan Slauerhoff werd geboren als vijfde van zes kinderen in een protestants middenstandsmilieu in Leeuwarden. Hij leed aan aanvallen van astma en om hierin verlichting te brengen bracht hij ieder jaar enkele maanden door op Vlieland bij zijn familie van moederskant.

In zijn studententijd leerde hij Simon Vestdijk (1898–1971) kennen, en schreef hij zijn eerste gedichten.

Slauerhoff nam geen deel aan het conventionele studentenleven, maar verkoos een bohemienachtige, afstandelijke positie, gemodelleerd naar zijn helden, de Franse symbolistische dichters Baudelaire, Verlaine, Corbière en Rimbaud.

Doordat hij weinig vrienden en vooral veel vijanden had gemaakt in de besloten kringen van geneeskundigen viel het hem zwaar een fatsoenlijke medische aanstelling te krijgen in Nederland. Hij besloot daarom aan te monsteren als scheepsarts bij een rederij die op Nederlands-Indië voer. Zijn zwakke gezondheid speelde hem meteen parten: op zijn eerste reis kreeg hij last van een maagbloeding en astma-aanvallen en Slauerhoff keerde terug naar Nederland.

Zijn gezondheid ging er iets op vooruit en zijn literaire productie nam evenredig toe. Dit was mede te danken aan één van zijn vrienden, de literatuurcriticus Eddy du Perron (die samen met Menno ter Braak en de Vlaamse schrijver Maurice Roelants het literaire tijdschrift Forum oprichtte waarin Willem Elsschot de roman “Kaas” publiceerde), die hem in 1929, toen Slauerhoff enige tijd in het Belgische kasteeltje van de Du Perrons in het Waals-Brabantse Chaumont-Gistoux verbleef, hielp met het sorteren, corrigeren en bundelen van de grote hoeveelheid teksten.

In september 1930 trouwde hij met danseres en balletschoolhoudster Darja Collin, wat het begin was van een korte gelukkige periode in Slauerhoffs leven.

In 1931 werd Slauerhoff weer ziek en hij vertrok naar Italië om te gaan kuren. Zijn vrouw volgde hem in 1932, zodat ze samen de geboorte van hun eerste kind konden beleven. Het kind werd echter dood geboren, wat een zware depressie bij Slauerhoff veroorzaakte; nog een desillusie bovenop zijn lichamelijke klachten.

De perioden van ziekte werden langer, de symptomen werden ernstiger en zijn relatie met Collin leed er flink onder.

Zijn faam als schrijver groeide daarentegen steeds meer. Zijn gedichtenbundel “Soleares” (1933) kreeg in 1934 de C.W. van der Hoogtprijs. In het jaar 1935 volgde de scheiding van Collin. Tijdens zijn laatste reis, naar Zuid-Afrika, werd hij ernstig ziek. Hij kreeg malaria over een verwaarloosde tuberculose. Nog steeds ziek keerde hij in 1936 terug naar Nederland, waar hij werd opgenomen in rusthuis “Villa Carla” in Hilversum. Hier stierf hij op 5 oktober 1936, kort na zijn 38e verjaardag en drie maanden na de publicatie van zijn laatste dichtbundel, “Een eerlijk zeemansgraf”. Hij werd gecremeerd in het crematorium van de begraafplaats Westerveld in Velsen.

 

Lucebert Lucebert

Vandaag is het ook precies 84 jaar geleden dat op 15 september 1924 in Amsterdam de Nederlandse schilder, dichter, tekenaar en lithograaf Lucebert werd geboren als Lubertus Jacobus Swaanswijk. De uitspraak van de naam Lucebert is Loetsje-bert, van Italiaans “luce” (=licht) en Germaans “bert” (=licht), dus tweemaal licht.

Zijn vader was huisschilder, en had een eigen zaak. Zijn tekentalent werd ontdekt toen hij bij zijn vader begon te werken. Met een beurs ging hij een half jaar naar het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in 1938. Daarna sloeg hij aan het zwerven. Toen hij in 1947 het aanbod van het Franciscanessenklooster in Heemskerk kreeg om in ruil voor kost en inwoning een enorme wandschildering te maken, ging hij daarop in. Omdat de zusters de wandschildering niet konden waarderen hebben ze het geheel laten overschilderen met witte verf.

Hij behoorde bij de groep van de Vijftigers en publiceerde toen regelmatig in het literaire tijdschrift “Braak” waar hij de bijnaam “Keizer der Vijftigers” kreeg. Daardoor stond hij als het ware lijnrecht tegenover o.a. de hierboven vermelde J. Slauerhoff. De mensen van het tijdschrift “Braak” (Remco Campert, Rudy Kousbroek, Bert Schierbeek, Hans Andreus, Jan Elburg, Gerrit Kouwenaar en Simon Vinkenoog) zetten zich namelijk af tegen poëzie die al te zeer was beïnvloed door Menno ter Braak en het rationalisme van het tijdschrift “Forum” waaraan ook Eddy du Perron, Maurice Roelants en Willem Elsschot meewerkten.

De Vijftigers werden beïnvloed door de Cobrabeweging: echte “vitale” kunst kon alleen gemaakt worden door werkelijk vrije mensen. Alles wat die vrijheid in de weg stond, moest worden bestreden. Esthetische conventies waren bij uitstek zaken die vrijheidsbelemmerend werkten, en daarom moest de kunst weer rechtstreeks kunnen ontstaan vanuit haar oerbronnen: spontaneïteit en directheid waren belangrijk. Voorbeelden van onmiddellijke expressie, niet gehinderd door allerlei esthetische “lagen eroverheen” vonden zij vooral in kindertekeningen en in Afrikaanse volkskunst.

De Vijftigers gingen daarom in tegen de ratio en hadden zij een afkeer van wat zij “gekunsteld” zouden noemen. Ze voelden zich aangetrokken tot het spontane zoals dat ook in het Surrealisme bestaat en verzetten zich tegen de kunstopvattingen van hun voorgangers en streefden naar onbelemmerde uiting, vrij van allerlei beperkingen van vorm, wat er bij hen toe leidde dat zij heel veel typische vormaspecten loslieten. Zij gebruikten bijna geen rijm, geen regelmatige versvormen, en ook lieten zij vaak interpunctie (punten, komma’s) achterwege in hun gedichten. Vaak weet je niet waar de ene zin ophoudt en waar de volgende begint en zo worden zinnen vaak voor meerdere uitleg vatbaar. Hiermee wilden ze de invloed van het logisch denken verkleinen. Deze vorm van dichten werd “experimenteel” genoemd.

Men ging zich ook op een heel andere traditie beroepen: namelijk de Vlaamse literaire traditie. Zo vereerde men de middeleeuwse mystica Hadewijch. De mystiek paste zeer goed in hun eenheidsstreven (dit was volgens hen met de ratio niet mogelijk).

De sterke persoonlijkheid van Lucebert sprak velen tot de verbeelding. Als dichter stond hij aan de wieg van een revolutionaire vernieuwing van de Nederlandse poëzie. De meeste van zijn gedichten zijn gebundeld in “Gedichten 1948-1965”. Na zijn dichtperiode legde hij zich vooral toe op de beeldende kunst, die vanaf de jaren zestig “figuratief-expressionistisch” genoemd werd.

In 1967 kreeg hij de P.C. Hooftprijs en in 1983 de Prijs der Nederlandse Letteren.

Hij overleed op 10 mei 1994 in een ziekenhuis in Alkmaar. Hij was 69 jaar oud. Hij liet zijn echtgenote, Tony Swaanswijk, 5 kinderen en 12 kleinkinderen achter.

Bekend van hem is de dichtregel “Alles van waarde is weerloos” uit het vers “De zeer oude zingt” uit 1974. De zin staat sinds de jaren ’80 nabij Station Rotterdam Blaak in grote neonletters op de dakrand van een kantoor van een verzekeringsmaatschappij, inclusief zijn naam.

Het gedicht “Poëzie is kinderspel” uit 1968 staat sinds november 1995 in zijn geheel op een muur van het gebouw van het Vlietlandcollege aan de Apollolaan in Leiden, waar in het kader van een project “Muurgedichten” al tientallen gedichten in de openbare ruimte zijn aangebracht.

 

Herman Gorter Herman Gorter

En precies 81 jaar geleden overleed op 15 september 1927 in Brussel de Nederlandse dichter Herman Gorter. Hij werd geboren in Wormerveer op 26 november 1864 en werd onsterfelijk geworden met zijn gedicht van epische lengte “Mei” uit 1889 waarvan velen de beginregels zullen kennen:

 

Een nieuwe lente en een nieuw geluid. Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit

 

Gorter schreef “Mei” onder invloed van de Nederlandse dichter en belangrijk vertegenwoordiger van de Tachtigers Willem Kloos (1859–1938). De Tachtigers waren verantwoordelijk voor een breuk met de tot dan toe heersende 19e eeuwse gezapige “predikantenpoëzie”. In 1881 werd in Amsterdam de literaire kring “Flanor” opgericht. Leden waren onder andere: Willem Kloos, Albert Verwey, Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden en Jacobus van Looy.

De eerste zang van “Mei” verscheen in 1889 in een nummer van “De Nieuwe Gids”. In het voorjaar van datzelfde jaar verscheen het gedicht in boekvorm. In het gedicht bezingt Gorter de liefde voor Louise Catharina “Wies” Cnoop Koopmans op wie hij in 1886 verliefd werd. Gorter liet zich duidelijk inspireren door de Engelse romantische dichters John Keats en Percy Bysshe Shelley. Aan de laatste wijdde hij een hoofdstuk in “De groote dichters”, een literaire studie gebaseerd op historisch-materialistische beginselen.

Geïnspireerd door de Franse symbolisten, schreef Gorter slechts omwille van de kunst. Deze “l‘art pour l’art”-beweging pleitte voor kunst als een persoonlijke uitingsvorm, met slechts de esthetiek als leidraad, los van alle mogelijke niet-kunstzinnige doelen zoals godsdienst of stichtelijkheid. Bovendien moesten vorm en inhoud in elkaars verlengde staan en onlosmakelijke met elkaar verbonden zijn.

In 1890 verscheen “Verzen”, een bundel met sensitivistische poëzie waarvoor de inspiratie kwam van het geluksgevoel waarmee zijn liefde voor zijn geliefde Ada Prins hem vervulde. Deze gedichten ontlokten Kloos de beroemde uitspraak:

 

"Kunst moet zijn de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie"

 

In deze gedichten laat Gorter de normale syntaxis van het Nederlands los en probeert hij met radicale neologismen en ontwrichte zinsstructuren de zintuiglijke waarneming van het aanschouwde zo precies mogelijk weer te geven.

Toen Gorter op een gegeven moment inzag dat zijn experimenten uitliepen op taalverbrokkeling en onverstaanbaarheid kwam de grote ommekeer in zijn leven: hij wendde zich af van de poëtische principes van de Tachtigers, ging werken van Karl Marx bestuderen en werd een overtuigd aanhanger van het communisme. Deze nieuwe levenshouding klonk ook door in zijn werk waarin hij meer geëngageerde gedichten ging schrijven met een sterke socialistische inslag

Zo verwijderde hij zich steeds verder van de oorspronkelijke idealen van de Tachtigers, waar hij eens het schoolvoorbeeld en de theoreticus van was.

Hij werd een vooraanstaand lid en theoreticus van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (1897-1909), en met de scheuring van 1909 lid van de marxistische Sociaaldemocratische Partij die hij samen met David Wijnkoop, Willem van Ravesteyn en Jan Cornelis Ceton oprichtte.

Hij geraakte bevriend met Henriette Roland Holst (1869–1952), die de Nederlandse tekst schreef voor het socialistische strijdlied “De Internationale”.

In november 1918 werd de naam veranderd in Communistische Partij Holland (CPH), in navolging van de Bolsjewieken die na de Russische Revolutie de benaming “sociaaldemocratisch” inruilden voor de oudere term “communistisch” om aansluiting te vinden bij de revolutionaire traditie van het midden van de 19e eeuw. De naamswijziging was een vereiste voor het lidmaatschap van de Comintern, dat de Nederlandse communisten in 1919 verkregen.

Gorter leidde een gecompliceerd liefdesleven. Naast zijn vrouw had hij twee vaste vriendinnen: de reeds vermelde Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos.

In september 1927 verbleef Gorter in Zwitserland met Jenne. Hij voltooide er zijn laatste gedichten. Op de terugweg uit Zwitserland stapte Gorter af in Brussel omdat hij zich niet goed voelde. Hij stierf er op 63-jarige leeftijd aan een hartaanval op een hotelkamer van het Hotel Albert I bij het Noordstation in Sint-Joost-ten-Noode. Het hotel staat er nog. De Vlaamse romancier Maurice Roelants was in Brussel correspondent voor De Telegraaf. Hij is het stoffelijk overschot gaan groeten.Op maandag 19 september 1927 wordt Gorter gecremeerd op begraafplaats Westerveld in Velsen in de provincie Noord-Holland, in het bijzijn van zo’n vijfhonderd aanwezigen, waaronder een lange lijst prominente collega schrijvers en linkse politici. Westerveld is de begraafplaatsplaats waar Buch, Scheltema, Coenen, Van Deyssel, Multatuli, Naeff en… J. Slauerhoff waarmee ik dit artikel begon, begraven of gecremeerd zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s