Ian Fleming
100 jaar geleden werd in Londen op 28 mei 1908 de Britse auteur Ian Fleming, de geestelijke vader van James Bond, geboren.
Aan het begin van de oorlog werd hij aangenomen als persoonlijk assistent van de directeur van Naval Intelligence. Dit gaf hem de achtergrond en ervaring om goede spionageverhalen te schrijven. Het eerste James Bond verhaal, “Casino Royale”, werd uitgebracht in 1953. Er wordt zelfs beweerd dat sommige gebeurtenissen uit de Bond-verhalen echt hebben plaatsgevonden en dat ook de figuur James Bond gebaseerd is op een echt bestaan hebbende geheim agent, namelijk de Britse meesterspion Sidney George Reilly. Over Reilly werd in de jaren 80 van de vorige eeuw nog een miniserie gemaakt, genaamd “Reilly, Ace of Spies”.
Casino Royale” werd echter pas verfilmd in 2006 met voor het eerst de Engelse acteur Daniel Craig in de rol van James Bond i.p.v. Pierce Brosnan. Deze film kan gezien worden als een zogenaamde ‘reboot’: er wordt onder andere getoond hoe 007 aan zijn vergunning om te doden komt.
Naast de veertien Bond-boeken is hij ook bekend door het enige kinderboek dat hij schreef, “Chitty Chitty Bang Bang: The Magical Car”. Dit boek werd verfilmd in 1968 met een script van Roald Dahl en Ken Hughes. De hoofdrol wordt gespeeld door Dick Van Dyke. Andere rollen worden vertolkt door onder andere Benny Hill en Desmond Llewelyn, bekend van zijn rol als Q in de James Bond films.
De aanzet tot het schrijverschap is het huwelijk van de Britse journalist. Begin jaren vijftig durft de veertiger pas in het huwelijk te treden. Bang zijn avontuurlijke en flamboyante levensstijl te verliezen, bedenkt hij een alter ego. Deze figuur moet de avonturen gaan beleven die Fleming als getrouwd man niet meer kan meemaken. Als spion tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Fleming al menig avontuur beleefd. Zijn belevenissen uit de praktijk kan hij mooi gebruiken in zijn boek. De hoofdpersoon wordt een geheim agent van MI6, de Britse veiligheidsdienst. Hij krijgt een 00-nummer, wat betekent dat hij permissie heeft om te doden. Nu nog een naam. Een geheim agent zou opvallen als hij een bijzondere naam heeft. Het personage moet onopvallend te werk kunnen gaan. Dan valt Flemings oog op een boek dat op zijn bureau ligt: “Birds of the West Indies”, geschreven door ornitholoog James Bond. Een held is geboren.
In zijn boeken maakt Fleming veel gebruik van de cliffhanger. Door het eind van een hoofdstuk zo spannend mogelijk te maken, en de ontknoping pas in het volgende te onthullen, kan de lezer het boek maar moeilijk wegleggen. Met als gevolg dat het boek in één adem wordt uitgelezen.
In de jaren 50 schrijft hij “Casino Royale” (1953), “Live and Let Die” (1954), “Moonraker” (1955), “Diamonds Are Forever” (1956), “From Russia With Love” (1957), “Doctor No” (1958), “Goldfinger” (1959), “For Your Eyes Only” (1960), “Thunderball” (1961) en “The Spy Who Loved Me” (1962).
In het begin van de jaren ’60 komt er belangstelling van de filmwereld. De Amerikaanse producenten Albert R. Broccoli en Harry Saltzman hebben, onafhankelijk van elkaar, interesse getoond in de Bond-verhalen. Zij kopen de rechten van alle Bond-boeken, plus die van de boeken die Fleming nog gáát schrijven. Als eerste Bond-film willen zij “Thunderball” lanceren maar uiteindelijk valt de eer te beurt aan “Dr. No” (1962).
Ian Fleming is in eerste instantie allerminst tevreden met de acteur die voor de rol van Bond werd gekozen: de stoere Schot Sean Connery. Fleming ziet meer in gentleman David Niven. De boeken-Bond is vrijwel humorloos, terwijl de film-Bond er op los grapt – zeker in de latere films. Maar bovenal is er de verschijning van de robuuste Connery. Fleming vindt hem maar een lompe boer. Tot het moment hij hem ziet spelen. Opslag verandert hij van standpunt en geeft zijn Bond zelfs in de latere boeken een Schotse achtergrond.
Na het succes van de film schrijft Fleming “On Her Majesty’s Secret Service” (1963) en “You Only Live Twice” (1964). De intussen kwakkelende Fleming is juist bezig aan “The Man with the Golden Gun” (1965) als een hartaanval hem fataal wordt. ’s Nachts, op weg naar het ziekenhuis, excuseert hij zich nog tegenover de verpleegkundigen dat hij hen uit hun slaap houdt.
Ian Fleming overlijdt te Canterbury op 12 augustus 1964 en werd slechts 56 jaar.
The Man with the Golden Gun” wordt postuum uitgegeven. Helaas betreft dit slechts een eerste versie van Flemings verhaal, waardoor het boek minder sterk is dan zijn voorgangers.
In 1966 verschijnt de laatste verhalenbundel van de hand van Fleming, bestaande uit o.a. de korte verhalen “Octopussy” en “The Living Daylights”.
Diverse andere schrijvers proberen de James Bond-boekenreeks voort te zetten door meer boeken te schrijven. Kingsley Amis (van wie gezegd wordt dat hij “The Man with the Golden Gun” heeft afgewerkt), John Gardner en Raymond Benson schreven nog een aantal boeken. Ter gelegenheid van het feit dat Ian Fleming in 2008 honderd jaar geleden geboren is, is de Britse auteur Sebastian Faulks de opdracht gegeven om een nieuw Bond-boek te schrijven in de stijl van Ian Fleming. Het resultaat is "Devil May Care" dat uitkomt op 28 mei 2008. Het verhaal speelt zich af ten tijde van de koude oorlog.
Drie James Bond-boeken van Fleming zijn nog niet verfilmd: "Risico", "The Hildebrand Rarity" en "The Property of a Lady".
Licence to Kill” en “GoldenEye” zijn geschreven als script en later door John Gardner (zie boven) omgezet naar roman. “Tomorrow Never Dies”, “The World Is Not Enough” en “Die Another Day” zijn ook geschreven als script maar door Raymond Benson (zie boven) omgezet naar roman.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s